Kerndoel Oriëntatie op jezelf en de wereld
In dit
leergebied oriënteren leerlingen zich op zichzelf, op hoe mensen met elkaar
omgaan, hoe ze problemen oplossen en hoe ze zin en betekenis geven aan hun
bestaan. Leerlingen oriënteren zich op de natuurlijke omgeving en op
verschijnselen die zich daarin voordoen. Leerlingen oriënteren zich ook op de
wereld, dichtbij, veraf, toen en nu en maken daarbij gebruik van cultureel
erfgoed.
Kinderen zijn nieuwsgierig. Ze zijn voortdurend op zoek om zichzelf en de wereld
te leren kennen en te verkennen. Die ontwikkelingsbehoefte is een
aangrijpingspunt voor dit leergebied. Tegelijk stelt de samenleving waarin
kinderen opgroeien haar eisen. Kinderen vervullen nu en straks taken en rollen,
waarop ze via onderwijs worden voorbereid. Het gaat om rollen als consument, als
verkeersdeelnemer en als burger in een democratische rechtstaat. Kennis over en
inzicht in belangrijke waarden en normen en weten hoe daarnaar te handelen, zijn
voorwaarden voor samenleven. Respect en tolerantie zijn er verschijningsvormen
van.
Bij het leren kennen van de wijze waarop mensen hun omgeving inrichten, spelen
economische, politieke, culturele, technische en sociale aspecten een
belangrijke rol. Het gaat daarbij om datgene wat van belang is voor
betekenisverlening aan het bestaan, om duurzame ontwikkeling, om
(voedsel)veiligheid en gezondheid en om technische verworvenheden.
Bij het oriënteren op de natuur gaat het om jezelf, om dieren en planten en
natuurverschijnselen. Bij de oriëntatie op de wereld gaat het om de vorming van
een wereldbeeld in ruimte en tijd. Leerlingen ontwikkelen een geografisch
wereldbeeld aan de hand van gebieden en met behulp van kaartvaardigheden. Ze
ontwikkelen een historisch wereldbeeld. Dat betekent dat ze kennis hebben van
historische verschijnselen in delen van de wereld en van chronologie. Leerlingen
leren hun wereldbeeld (over henzelf en de wereld) aan de hand van actuele
onderwerpen voortdurend �bij de tijd' te brengen.
Waar mogelijk worden onderwijsinhouden over mensen, de
natuur en de wereld in samenhang aangeboden. Dit komt het �begrijpen' door
leerlingen ten goede en draagt voorts bij aan vermindering van de overladenheid
van het onderwijsprogramma. Ook inhouden uit andere leergebieden worden
betrokken op de �oriëntatie op jezelf en de wereld'. Te denken valt aan het
lezen en maken van teksten (begrijpend lezen), het meten en het verwerken van
informatie in onder andere tabellen, tijdlijn en grafieken (rekenen/wiskunde) en
het gebruik van beelden en beeldend materiaal (kunstzinnige oriëntatie).
Onderwijs is er immers vooral op gericht om leerlingen zicht te geven op
betekenis en samenhang.