Kerndoel Rekenen & Wiskunde
In de loop van het primair onderwijs verwerven kinderen
zich - in de context van voor hen betekenisvolle situaties - geleidelijk
vertrouwdheid met getallen, maten, vormen, structuren en de daarbij passende
relaties en bewerkingen. Ze leren 'wiskundetaal' gebruiken en worden 'wiskundig
geletterd' en gecijferd. De wiskundetaal betreft onder andere rekenwiskundige en
meetkundige zegswijzen, formele en informele notaties, schematische
voorstellingen, tabellen en grafieken en opdrachten voor de rekenmachine.
'Wiskundig geletterd' en gecijferd betreft onder andere samenhangend inzicht in
getallen, maatinzicht en ruimtelijk inzicht, een repertoire van parate kennis,
belangrijke referentiegetallen en -maten, karakteristieke voorbeelden en
toepassingen en routine in rekenen, meten en meetkunde. Meetkunde betreft
ruimtelijke oriëntatie, het beschrijven van verschijnselen in de werkelijkheid
en het redeneren op basis van ruimtelijk voorstellingsvermogen in twee en drie
dimensies.
De onderwerpen waaraan kinderen hun 'wiskundige geletterdheid' ontwikkelen, zijn
van verschillende herkomst: het leven van alledag, andere vormingsgebieden en de
wiskunde zelf. Bij de selectie en aanbieding van de onderwerpen wordt rekening
gehouden met wat kinderen al weten en kunnen, met hun verdere vorming, hun
belangstelling en de actualiteit, zodat kinderen zich uitgedaagd voelen tot
wiskundige activiteit en zodat ze op eigen niveau, met plezier en voldoening,
zelfstandig en in de groep uit eigen vermogen wiskunde doen: wiskundige vragen
stellen en problemen formuleren en oplossen.
In de rekenwiskundeles leren kinderen een probleem wiskundig op te lossen en een
oplossing in wiskundetaal aan anderen uit te leggen. Ze leren met respect voor
ieders denkwijze wiskundige kritiek te geven en te krijgen. Het uitleggen,
formuleren en noteren en het elkaar kritiseren leren kinderen als specifiek
wiskundige werkwijze te gebruiken om alleen en samen met anderen het denken te
ordenen, te onderbouwen en fouten te voorkomen.